Wat verandert de Energiewet voor een thuisbatterij?

In het kort

De Energiewet, die op 1 januari 2026 de Elektriciteitswet en de Gaswet verving, maakt van een huishouden met een thuisbatterij officieel een actieve afnemer. Een leverancier mag je niet weerhouden van het opslaan of verkopen van stroom en je daarvoor niet benadelen. Leveranciers met meer dan 200.000 klanten moeten op verzoek een dynamisch contract aanbieden, en je mag zelf kiezen welk bedrijf je batterij aanstuurt.

Wat is de Energiewet en sinds wanneer geldt hij?

De Energiewet is op 1 januari 2026 in werking getreden, meldt de ACM. Volgens Netbeheer Nederland vervangt hij de Elektriciteitswet en de Gaswet, de twee wetten waarop de energiemarkt jarenlang draaide. De nieuwe wet zet Europese regels om in Nederlands recht en ordent de energiemarkt opnieuw: wie mag leveren, welke contracten er moeten zijn, hoe het net wordt beheerd en welke rechten afnemers hebben.

Voor iemand met een thuisbatterij verandert er niet van de ene op de andere dag iets aan de batterij zelf. De wet gaat over je positie op de markt: wat je met opgeslagen stroom mag doen, welk contract je kunt eisen en wie je batterij mag aansturen. Ook de woorden veranderen. Je netbeheerder heet in de wet voortaan distributiesysteembeheerder, al blijven de netbeheerders zich volgens Netbeheer Nederland voorlopig gewoon netbeheerder noemen. De technische codes van de ACM zijn in februari 2026 aangepast aan de nieuwe wet, maar volgens de ACM ging het daarbij vooral om nieuwe begrippen en artikelnummers en niet om nieuw beleid.

Je bent nu officieel een actieve afnemer

Het belangrijkste nieuwe begrip voor batterijbezitters is de actieve afnemer. Artikel 1.1 van de Energiewet omschrijft dat als een eindafnemer, of een groep eindafnemers die samen optreedt, die elektriciteit verbruikt of opslaat, verkoopt of deelt, of flexibiliteits- of energie-efficiëntiediensten gebruikt. Voorwaarde is dat die activiteiten niet de belangrijkste commerciële activiteit van die afnemer zijn. Een huishouden met zonnepanelen en een thuisbatterij valt daar dus onder. Opslaan wordt in de wet zelfs apart gedefinieerd, als het uitstellen van het uiteindelijke gebruik van elektriciteit.

Dat begrip is meer dan een label. Artikel 2.3 bepaalt dat een marktdeelnemer, bijvoorbeeld een energieleverancier, een eindafnemer of actieve afnemer niet mag weerhouden van het produceren van elektriciteit voor eigen verbruik, opslag, verkoop of levering aan anderen. Hij mag je om die reden ook niet benadelen. Staat er in je contract toch een bepaling die daarmee in strijd is, dan is die volgens het tweede lid van artikel 2.3 vernietigbaar.

Wat dat in de praktijk betekent, verdient een nuchtere kanttekening. Het artikel verbiedt een leverancier om je het hebben van een batterij te verbieden of je daarvoor te straffen. Het verbiedt niet dat een leverancier terugleverkosten rekent of andere tarieven hanteert voor wie veel teruglevert: de ACM schrijft juist dat de mogelijkheid om terugleverkosten te rekenen in de nieuwe modelcontracten is verwerkt. Waar de grens ligt tussen een toegestaan tarief en verboden benadeling, staat niet in de wet uitgewerkt. Dat zal in geschillen moeten blijken.

Recht op een dynamisch contract, met een grens

Een thuisbatterij levert het meest op als hij kan laden bij lage en ontladen bij hoge uurprijzen. Daarvoor heb je een dynamisch contract nodig. Artikel 2.9 van de Energiewet verplicht een leverancier met meer dan 200.000 eindafnemers om op verzoek een leveringsovereenkomst aan te bieden waarin de prijsvariatie op de spotmarkten wordt weerspiegeld. Dat geldt voor afnemers met een meter waarvan de communicatiefunctie wordt gebruikt, in de praktijk een slimme meter die op afstand wordt uitgelezen. Vóór je tekent, moet de leverancier je informeren over de mogelijkheden, kosten en risico's van zo'n contract.

De grens van 200.000 klanten is belangrijk. Een kleinere leverancier hoeft geen dynamisch contract aan te bieden. Zit je bij zo'n leverancier en wil je je batterij op uurprijzen laten draaien, dan zul je dus moeten overstappen als hij er geen heeft. Of een dynamisch contract bij jouw verbruik en batterij past, lees je in is een dynamisch energiecontract slim met een thuisbatterij.

Overstappen, opzeggen en modelcontracten

Overstappen wordt onder de Energiewet niet duurder, maar ook niet helemaal gratis. Artikel 2.15 staat een opzegvergoeding alleen toe als je een contract voor bepaalde duur met een vaste prijs of vaste kosten tussentijds opzegt, en alleen als die vergoeding in de overeenkomst staat. Artikel 2.16 voegt toe dat de leverancier bij een overstap verder geen andere kosten mag rekenen. Een variabel of dynamisch contract kun je dus zonder boete verlaten. De nieuwe leverancier regelt volgens artikel 2.14 de handelingen die voor de overstap nodig zijn.

Elke leverancier moet volgens de ACM twee modelcontracten met standaardvoorwaarden aanbieden: een contract voor onbepaalde tijd met variabele tarieven en een contract voor bepaalde tijd met vaste tarieven. Dat tweede type bestond nog niet. De Rijksoverheid noemt een vast modelcontract van minimaal 1 jaar. De modelcontracten gelden formeel vanaf 1 januari 2026 en de ACM verwachtte dat alle leveranciers ze uiterlijk 1 april 2026 aanbieden. Leveranciers mogen daarnaast eigen contracten met eigen voorwaarden aanbieden, zoals de meeste dynamische contracten.

Zelf kiezen wie je batterij aanstuurt

Steeds meer thuisbatterijen worden niet alleen door hun eigen software gestuurd, maar door een bedrijf dat de capaciteit bundelt en verhandelt. In de wet heet dat aggregatie. Artikel 2.1, derde lid, zegt dat een actieve afnemer vrij is een aggregatieovereenkomst te sluiten met een marktdeelnemer van zijn keuze. Je leverancier kan je dus niet dwingen om de sturing van je batterij bij hem onder te brengen. De wet noemt het aanpassen van verbruik of invoeding op marktsignalen vraagrespons; dat is precies wat een handelende batterij doet. Hoe dat in de praktijk werkt, staat in kan een thuisbatterij geld verdienen met stroomhandel.

Een vrije keuze op papier betekent niet dat elke batterij met elke aggregator samenwerkt. Of een ander bedrijf jouw merk technisch kan aansturen, hangt af van de koppelingen die de fabrikant toelaat. Bij gegevens helpt de wet wel: volgens de Rijksoverheid kunnen huishoudens onder de Energiewet hun eigen energiedata makkelijker inzien of delen met een dienstverlener, zoals een energieverbruiksmanager. Wat je onder de Europese Data Act van de fabrikant mag opvragen, lees je in wie heeft recht op de gegevens van je thuisbatterij.

Energie delen: nieuw, maar beperkt

Sinds 2026 kun je volgens ConsuWijzer van de ACM je overschot aan stroom delen met iemand anders, zoals een familielid of kennis, die overal in Nederland mag wonen. De voorwaarden zijn streng:

  • Beide huishoudens hebben een slimme meter en een contract bij dezelfde leverancier.
  • De leverancier rekent per kwartier af; de ontvanger betaalt energiebelasting en btw over de gedeelde stroom.
  • Leveranciers hoeven energiedelen niet aan te bieden en mogen eigen voorwaarden stellen, zoals een administratieve vergoeding.

Volgens de ACM verbruikt de ontvanger de gedeelde stroom op het moment dat die wordt opgewekt, en is vooraf niet zeker wanneer en hoeveel er gedeeld wordt. De ACM houdt geen toezicht op de prijs van gedeelde stroom. Voor een thuisbatterij is dat een belangrijk punt: de wet omschrijft delen als zelfverbruik van hernieuwbare energie, en of stroom die eerst in je batterij heeft gezeten later nog als gedeelde zonnestroom telt, regelt de leverancier in zijn voorwaarden. Vraag dat na voordat je eraan begint. Meer over de praktijk lees je in energiedelen met een thuisbatterij.

Tot het einde van 2026 heeft delen nog een nadeel. ConsuWijzer waarschuwt dat wat je deelt, niet meer beschikbaar is om te salderen. De salderingsregeling stopt op 1 januari 2027; vanaf dan weegt die rem niet meer.

Meter en terugleveren

De Energiewet vraagt dat meters afname en teruglevering apart meten. Kan je meter dat niet, dan krijg je volgens Netbeheer Nederland een nieuwe. ConsuWijzer schrijft dat je vanaf 2026 een slimme of digitale meter moet hebben om terug te kunnen leveren, en dat wie nog een analoge meter heeft in 2026 een brief van de netbeheerder krijgt. Voor een thuisbatterij die je aanmeldt bij je netbeheerder verandert de aanmeldprocedure daarmee niet.

Voor de terugleververgoeding blijft de lijn dezelfde: wie meer teruglevert dan verbruikt, moet volgens ConsuWijzer een redelijke terugleververgoeding krijgen. Hoe hoog die is en of er terugleverkosten tegenover staan, staat in je contract.

Een rekenvoorbeeld: wat levert overstappen op

Neem een huishouden met een thuisbatterij en een variabel contract bij een leverancier met minder dan 200.000 klanten, die geen dynamisch contract heeft. Stel dat de batterij met een dynamisch contract 200 euro per jaar extra kan verdienen met laden en ontladen op uurprijzen. Dat bedrag is een aanname voor dit voorbeeld en hangt sterk af van de batterij en de prijsverschillen. Omdat een variabel contract volgens artikel 2.15 en 2.16 zonder opzegvergoeding of andere overstapkosten te beëindigen is, kost de overstap naar een grotere leverancier met een dynamisch contract niets extra.

Heeft hetzelfde huishouden een vast contract dat nog 8 maanden loopt, dan mag de leverancier wel een opzegvergoeding rekenen, mits die in het contract staat. Stel dat die vergoeding 100 euro is (ook een aanname). Dan is de overstap na ruim een half jaar terugverdiend in dit voorbeeld. Is de vergoeding hoger dan wat je in de resterende looptijd verwacht te winnen, dan is wachten tot het einde van het contract de betere keuze.

Wat je nu kunt doen

Lees je energiecontract na op drie punten: of er een opzegvergoeding in staat, wat je betaalt voor teruglevering en of er een bepaling is die het gebruik van een batterij of handel daarmee beperkt. Zo'n beperking is onder artikel 2.3 aanvechtbaar. Wil je een dynamisch contract en heeft je leverancier dat niet, controleer dan of hij onder de grens van 200.000 klanten valt. Wil je stroom delen met familie, vraag dan eerst bij je leverancier of hij energiedelen aanbiedt en hoe hij stroom uit je batterij daarin meetelt.

Veelgestelde vragen

Moet ik door de Energiewet iets doen met mijn thuisbatterij?

Nee. De wet legt geen nieuwe plicht op voor de batterij zelf. Wel moet je meter afname en teruglevering apart kunnen meten; kan hij dat niet, dan vervangt de netbeheerder hem volgens Netbeheer Nederland.

Mag mijn energieleverancier een thuisbatterij verbieden?

Nee. Artikel 2.3 van de Energiewet verbiedt een marktdeelnemer om een afnemer te weerhouden van opslag, verkoop of levering van zelf geproduceerde stroom, of hem daarvoor te benadelen. Een contractbepaling die daarmee strijdig is, is vernietigbaar. Terugleverkosten rekenen mag wel.

Moet elke leverancier een dynamisch contract aanbieden?

Nee, alleen leveranciers met meer dan 200.000 eindafnemers, en dan op verzoek en bij een slimme meter waarvan de communicatiefunctie wordt gebruikt. Kleinere leveranciers zijn er niet toe verplicht.

Kan ik stroom uit mijn thuisbatterij delen met familie?

Energiedelen kan sinds 2026 als beide huishoudens een slimme meter en dezelfde leverancier hebben, en die leverancier het aanbiedt. De wet omschrijft delen als zelfverbruik van hernieuwbare energie; hoe stroom uit een batterij meetelt, staat in de voorwaarden van de leverancier.

Bronnen en controle

Controletoelichting: De wettekst is gelezen in de versie die gold vanaf 1 januari 2026; latere wijzigingen kunnen details veranderen. De artikelen 2.30 (energie delen) en 2.34 (aggregatieovereenkomsten) konden we niet volledig inzien, daarom komt de uitleg over energiedelen uit ConsuWijzer en Netbeheer Nederland. Dat artikel 2.3 terugleverkosten niet uitsluit, is onze lezing in combinatie met het ACM-besluit over modelcontracten. De bedragen in het rekenvoorbeeld zijn aannames, geen gemeten waarden.

Past een thuisbatterij bij jou?

Doe de gratis scan in 2 minuten en ontvang advies op basis van je verbruik en opwek.