Hoe bereken je je zelfvoorzieningsgraad met een thuisbatterij?

In het kort

Je zelfvoorzieningsgraad (ook wel autarkiegraad) is het deel van je totale stroomverbruik dat je met je eigen zonnepanelen dekt. Je rekent het uit als 1 min (stroom van het net ÷ totaal verbruik), en je totale verbruik is opwek min teruglevering plus afname van het net. Het is iets anders dan eigen verbruik: dat is het deel van je opgewekte zonnestroom dat je zelf gebruikt. Zonder batterij ligt de zelfvoorzieningsgraad volgens Duitse onderzoeken meestal rond 20 tot 40 procent, met een passende batterij kan hij boven de 60 procent komen.

Zelfvoorzieningsgraad en eigen verbruik: twee verschillende percentages

Bij zonnepanelen en een thuisbatterij kom je twee percentages tegen die op elkaar lijken. Ze gaan over dezelfde stroom, maar delen door iets anders.

  • Eigen verbruik (ook zelfverbruik of zelfconsumptie): welk deel van de zonnestroom die je opwekt, gebruik je zelf? Je deelt door je opwek.
  • Zelfvoorzieningsgraad (ook autarkiegraad): welk deel van de stroom die je huis gebruikt, komt van je eigen panelen? Je deelt door je verbruik.

De Solaroffensive Augsburg omschrijft het zo: de autarkiegraad is het deel van het stroomverbruik van een huishouden dat de zonnepanelen kunnen dekken. Het eigen verbruik is het deel van de zelf opgewekte stroom dat direct in huis wordt gebruikt. Onderzoekers van de HTW Berlin gebruiken dezelfde betekenis.

Het verschil is belangrijk. Met heel veel panelen kun je een hoge zelfvoorzieningsgraad halen, terwijl je eigen verbruik laag is omdat je veel teruglevert. Met weinig panelen gebruik je bijna alle zonnestroom zelf, maar dek je maar een klein deel van je verbruik. Hoe je het eigen verbruik verhoogt, lees je in wat zelfverbruik is en hoe je het verhoogt. Dit artikel gaat over de zelfvoorzieningsgraad.

De formule

Je hebt drie getallen nodig over dezelfde periode, bijvoorbeeld een jaar of een maand:

  1. Opwek: hoeveel kWh je zonnepanelen hebben opgewekt. Dit staat in de app of op het display van je omvormer.
  2. Teruglevering: hoeveel kWh je aan het net hebt geleverd. Dit staat op je slimme meter of je jaarafrekening.
  3. Afname: hoeveel kWh je van het net hebt gehaald. Ook dit staat op je slimme meter.

Daarmee reken je verder (eigen uitwerking van de definities hierboven):

  • zelf gebruikte zonnestroom = opwek min teruglevering
  • totaal verbruik = zelf gebruikte zonnestroom plus afname
  • zelfvoorzieningsgraad = zelf gebruikte zonnestroom ÷ totaal verbruik, of gelijkwaardig: 1 min (afname ÷ totaal verbruik)
  • eigen verbruik = zelf gebruikte zonnestroom ÷ opwek

Met een thuisbatterij werkt dezelfde formule. Stroom die eerst in de batterij gaat en later in huis wordt gebruikt, telt mee als zelf gebruikte zonnestroom, want je hebt hem niet teruggeleverd. De verliezen bij het laden en ontladen tellen dan als verbruik. Dat is eerlijk: die stroom is ook echt op.

Laad je de batterij soms met stroom van het net, bijvoorbeeld met een dynamisch contract? Gebruik dan de vorm 1 min (afname ÷ totaal verbruik). Die netstroom zit in je afname en verlaagt je zelfvoorzieningsgraad, wat klopt, want die stroom heb je niet zelf opgewekt.

Rekenvoorbeeld zonder en met batterij

Voor dit voorbeeld gebruiken we twee getallen van Milieu Centraal. Een gemiddeld huishouden gebruikt 2.430 kWh stroom per jaar. Met 10 zonnepanelen wek je ongeveer 3.500 kWh per jaar op. Zonder batterij gebruik je gemiddeld ongeveer 30 procent van je zonnestroom zelf. Hoeveel extra zonnestroom de batterij in huis brengt, is een aanname van ons: 600 kWh per jaar, na verliezen.

PostZonder batterijMet batterij (aanname)
Opwek3.500 kWh3.500 kWh
Zelf gebruikte zonnestroom1.050 kWh (30 procent van de opwek)1.650 kWh (1.050 plus 600)
Teruglevering2.450 kWh1.850 kWh
Afname van het net1.380 kWh780 kWh
Eigen verbruik30 procentongeveer 47 procent
Zelfvoorzieningsgraadongeveer 43 procentongeveer 68 procent

Voor de eenvoud laten we de laadverliezen van de batterij hier buiten beschouwing, zodat het verbruik in beide kolommen 2.430 kWh blijft. In werkelijkheid laad je wat meer zonnestroom in de batterij dan je eruit haalt. Je teruglevering is dan iets lager en je verbruik iets hoger dan in de tabel, en de zelfvoorzieningsgraad verandert daardoor maar weinig.

Deze uitkomsten passen bij wat onderzoekers vinden. De HTW Berlin rekende voor een huishouden met 4.700 kWh verbruik dat 5 kWp zonnepanelen zonder opslag bijna 30 procent van het verbruik dekken. Met 6 kWh bruikbare opslag kwam de autarkiegraad boven de 60 procent, en met 10 kWp en 10 kWh rond de 80 procent. De Solaroffensive Augsburg noemt zonder opslag meestal 20 tot 40 procent en met opslag meer dan 60 procent. Die onderzoeken gaan over Duitse huishoudens met een hoger verbruik dan het Nederlandse gemiddelde, dus zie ze als indicatie.

Waarom 100 procent er niet in zit

In het voorbeeld wek je meer op dan je gebruikt, en toch kom je niet op 100 procent. Dat komt doordat opwek en verbruik niet tegelijk vallen, over de dag en over het jaar. De Solaroffensive Augsburg wijst daar ook op: een installatie die op papier het hele jaarverbruik opwekt, maakt je in de praktijk niet volledig zelfvoorzienend.

Milieu Centraal geeft een duidelijk voorbeeld. Op een gemiddelde junidag wekken 10 panelen 15 kWh op, terwijl een gemiddelde thuisbatterij ongeveer 6 kWh opslaat. Op een gemiddelde decemberdag wek je maar 2,5 kWh op. In de zomer is de batterij dus snel vol, in de winter blijft hij grotendeels leeg. Milieu Centraal concludeert dat je ook met een thuisbatterij niet zelfvoorzienend bent in stroom. Meer daarover in kun je met een thuisbatterij volledig zelfvoorzienend worden.

Daarom is het nuttig om de zelfvoorzieningsgraad ook per maand uit te rekenen, niet alleen per jaar. Een jaarcijfer van 60 procent kan bestaan uit zomermaanden van bijna 100 procent en wintermaanden van een stuk minder. Heb je een warmtepomp, dan valt een groot deel van je verbruik juist in die wintermaanden, en ligt je zelfvoorzieningsgraad over het jaar lager.

Wat bepaalt hoe hoog je uitkomt?

  • Verhouding tussen panelen en verbruik: meer panelen verhogen de zelfvoorzieningsgraad, maar met afnemend effect, omdat je vooral in de zomer extra opwekt.
  • Grootte van de batterij: volgens de HTW Berlin verhoogt opslag het eigen verbruik met 15 tot 55 procentpunt, afhankelijk van de grootte van batterij en panelen. Milieu Centraal adviseert een batterij die je avond- en nachtverbruik kan dekken, en niet groter. Zie ook hoeveel kWh thuisbatterij je nodig hebt.
  • Wanneer je stroom gebruikt: wie overdag wast, kookt of laadt, gebruikt meer zonnestroom direct en heeft de batterij minder nodig.
  • Grote verbruikers: een warmtepomp of elektrische auto verhoogt je totale verbruik. Dat drukt het percentage, ook als je in absolute kWh meer zonnestroom zelf gebruikt.

Wat zegt het percentage over je besparing?

Een hoge zelfvoorzieningsgraad betekent dat je weinig stroom van het net haalt. Of dat ook veel geld scheelt, hangt af van je contract en van de regels voor teruglevering. Volgens Milieu Centraal stopt het salderen vanaf 2027. Daarna wordt elke kWh die je zelf gebruikt in plaats van teruglevert, financieel belangrijker. Het percentage zelf is vooral een maat voor hoe onafhankelijk je bent van het net, geen directe maat voor je besparing.

Conclusie

Je zelfvoorzieningsgraad reken je uit met drie getallen: opwek, teruglevering en afname. Zelf gebruikte zonnestroom is opwek min teruglevering, en die deel je door je totale verbruik. Het eigen verbruik deel je juist door je opwek. Zonder batterij kom je volgens Duits onderzoek meestal uit op 20 tot 40 procent, met een passende batterij op 60 procent of meer. Volledig zelfvoorzienend word je in Nederland niet, omdat de winter te weinig zonnestroom oplevert. Reken het percentage daarom ook per maand uit, dan zie je waar de batterij helpt en waar niet.

Veelgestelde vragen

Wat is het verschil tussen zelfvoorzieningsgraad en eigen verbruik?

Eigen verbruik is het deel van je opgewekte zonnestroom dat je zelf gebruikt; je deelt door je opwek. Zelfvoorzieningsgraad is het deel van je totale stroomverbruik dat je met eigen zonnestroom dekt; je deelt door je verbruik. Beide gaan over dezelfde zelf gebruikte zonnestroom.

Welke gegevens heb ik nodig om mijn zelfvoorzieningsgraad te berekenen?

De opwek uit de app van je omvormer, en de teruglevering en afname van je slimme meter of jaarafrekening, allemaal over dezelfde periode. Zelf gebruikte zonnestroom is opwek min teruglevering. Deel die door zelf gebruikte zonnestroom plus afname.

Welke zelfvoorzieningsgraad is normaal met een thuisbatterij?

Duitse onderzoeken van de HTW Berlin en de Solaroffensive Augsburg noemen zonder opslag meestal 20 tot 40 procent en met een passende batterij meer dan 60 procent. Je eigen uitkomst hangt af van het aantal panelen, de batterijgrootte en wanneer je stroom gebruikt.

Telt stroom die ik met een dynamisch contract van het net in de batterij laad mee?

Nee. Die stroom heb je niet zelf opgewekt. Reken met 1 min (afname ÷ totaal verbruik), dan zit netstroom die in de batterij gaat in je afname en telt hij niet als zelfvoorziening.

Kan ik 100 procent zelfvoorzienend worden met genoeg panelen en een grote batterij?

In Nederland praktisch niet. Milieu Centraal rekent voor dat 10 panelen op een gemiddelde decemberdag maar 2,5 kWh opwekken, tegen 15 kWh op een junidag. Een thuisbatterij kan zomerstroom niet tot de winter bewaren.

Bronnen en controle

Controletoelichting: De formules zijn een eigen uitwerking van de definities in de bronnen. Het rekenvoorbeeld combineert cijfers van Milieu Centraal met een eigen aanname van 600 kWh extra zelf gebruikte zonnestroom per jaar door de batterij, na verliezen; laadverliezen zijn in het voorbeeld buiten beschouwing gelaten. De percentages van de HTW Berlin en Augsburg gelden voor Duitse huishoudens en zijn een indicatie.

Ontdek of een thuisbatterij bij jou past

Doe de gratis scan in 2 minuten en ontvang advies op basis van je verbruik en opwek.