Kabinet verlaagt energieprestatievergoeding per 2027: wat merken huurders met zonnepanelen?

In het kort: Het kabinet stuurde op 16 oktober 2026 een voorstel naar de Raad van State om de maximale energieprestatievergoeding (EPV) per 1 januari 2027 te verlagen, de dag waarop salderen stopt. Zonder aanpassing zou een huurder die het maximum betaalt volgens het kabinet 42 tot 75 euro per maand meer kwijt zijn, met de verlaging nog ongeveer 8 tot 13 euro. Wie nu al minder dan het nieuwe maximum betaalt, krijgt geen korting maar wel de hogere stroomrekening. Meer zonnestroom zelf gebruiken dempt dat verschil, maar heft het niet op.

Wat het kabinet heeft besloten

De energieprestatievergoeding is een bedrag dat een verhuurder naast de huur mag vragen voor een zeer energiezuinige, gasloze woning die zelf duurzame energie opwekt. Meestal gaat het om woningen met veel zonnepanelen. De huurder betaalt die panelen niet via de huur of de servicekosten, maar via de EPV. Volgens de Woonbond stimuleert de regeling gemiddeld zo'n 20 zonnepanelen per woning.

Bij de modernisering van de EPV in 2023 stond al dat de maximale tarieven opnieuw zouden worden bekeken als de salderingsregeling zou verdwijnen. Toen in 2024 werd besloten salderen per 2027 te stoppen, kwam die herziening op de agenda. De ministerraad keurde het voorstel goed en op 16 oktober meldde de Rijksoverheid dat het naar de Raad van State gaat voor advies. Daarna moet het kabinet de wijziging nog vaststellen. De nieuwe tarieven moeten op 1 januari 2027 ingaan.

De reden is eenvoudig. Een EPV-woning is ontworpen rond zonnestroom die via salderen tegen de volle prijs werd verrekend. Na 2027 krijgt de huurder voor teruggeleverde stroom alleen nog een terugleververgoeding, en de leverancier mag terugleverkosten rekenen. Wat het einde van salderen in het algemeen verandert, staat in wat verandert er door het einde van de salderingsregeling.

De nieuwe maximumtarieven

De EPV is een maximumbedrag per vierkante meter per maand. Er zijn twee stelsels: EPV 1.0, dat gold tot de modernisering op 1 oktober 2023, en EPV 2.0 voor woningen daarna. Het conceptvoorstel dat in juli in internetconsultatie ging, bevat de tarieven hieronder, zoals Solar & Storage Magazine ze op 13 juli publiceerde. Of het definitieve besluit precies deze bedragen houdt, hangt af van het advies van de Raad van State.

CategorieNu (euro per m2 per maand)Vanaf 2027Daling
EPV 1.0, warmtevraag 0 tot 30 kWh per m21,891,4324,3%
EPV 1.0, warmtevraag 30 tot 40 kWh per m21,590,9838,4%
EPV 1.0, warmtevraag 40 tot 50 kWh per m21,350,7544,4%
EPV 2.0, basis (voor 2019)1,380,8339,9%
EPV 2.0, hoogwaardig eengezins (voor 2019)1,831,3029,0%
EPV 2.0, hoogwaardig eengezins (vanaf 2019)1,270,7441,7%
EPV 2.0, hoogwaardig meergezins (voor 2019)1,551,0134,8%
EPV 2.0, hoogwaardig meergezins (vanaf 2019)0,990,4554,5%

Het kabinet geeft het volledige effect van het einde van salderen bewust niet door. Volgens onderzoeksbureau DGMR zou een volledige herberekening de tarieven in sommige categorieën bijna halveren. De minister koos een middenpositie, zodat verhuurders hun investering nog kunnen terugverdienen. Woonlastenneutraliteit, het idee dat een EPV-huurder niet meer kwijt is dan een huurder zonder die woning, is daarmee losgelaten.

Waarom niet elke huurder iets merkt

Een lager maximum helpt alleen wie nu boven dat nieuwe maximum zit. Volgens onderzoek van Sijpheer Energie, aangehaald door Solar & Storage Magazine, rekent 40 procent van de woningcorporaties nooit het maximumtarief en ongeveer 12 procent altijd. Huurders die nu al minder betalen dan het nieuwe plafond, houden hun EPV gewoon. De hogere stroomrekening door het einde van salderen krijgen ze wel.

De Woonbond waarschuwt voor nog een effect. Corporaties die nu een percentage van het maximum vragen, gaan volgens de bond naar het nieuwe maximum toe, waardoor huurders in de meest voorkomende categorie weinig tot niets van de verlaging merken. De Woonbond wil dat de EPV helemaal verdwijnt en adviseert huurders zonder verdere verlaging geen EPV-woning met het maximum te accepteren. De Belegger wijst erop dat huurders die bij een renovatie een lagere EPV kregen om in te stemmen, ook geen voordeel hebben van een lager maximum.

Let ook op wat de 8 tot 13 euro precies is. Het kabinet vergelijkt de situatie in 2027 met een situatie waarin je nog kon salderen en geen terugleverkosten betaalde. Dat is volgens De Belegger niet hetzelfde als het verschil tussen je rekening van december 2026 en januari 2027. Het onderzoek van DGMR dat eronder ligt, gebruikte gegevens van 259 woningen in 16 projecten en prijzen van oktober 2025, zonder dynamische contracten.

Rekenvoorbeeld voor een appartement

Een rekenvoorbeeld met eigen aannames, bedoeld voor de orde van grootte. Neem een hoogwaardig appartement uit 2020 van 70 vierkante meter met EPV 2.0, waar de verhuurder het maximum vraagt. Nu is dat 0,99 x 70 = 69,30 euro per maand. Met het nieuwe maximum van 0,45 euro wordt het 31,50 euro, een daling van 37,80 euro per maand.

Volgens de tabel van het kabinet stijgen de energiekosten in de categorie hoogwaardige meergezinswoningen door het einde van salderen met 51,75 euro per maand, bij een EPV-verlaging van 38,88 euro. Er blijft dan 10,80 euro per maand over, ruim 130 euro per jaar. Ons eigen voorbeeld komt met 37,80 euro dicht bij die verlaging uit; het kleine verschil zit in de woninggrootte die het kabinet aanneemt.

Vraagt de verhuurder nu 70 procent van het maximum, dan betaal je in ons voorbeeld 48,51 euro. Dat zakt naar het nieuwe maximum van 31,50 euro. Blijft de verhuurder 70 procent van het maximum rekenen, dan wordt het 22,05 euro; gaat hij naar het volle nieuwe maximum, zoals de Woonbond verwacht, dan merk je minder. Vraagt hij nu 40 procent, 27,72 euro, dan zit je al onder het nieuwe plafond en verandert je EPV niet. Je stroomrekening stijgt dan wel met het volledige effect van het einde van salderen, in de kabinetscijfers voor deze categorie dus rond de 50 euro per maand.

Wat meer eigen verbruik oplevert

De toelichting bij de consultatie zegt volgens De Belegger dat meer eigen verbruik de gevolgen kan beperken, maar niet volledig opvangen. Elke kWh zonnestroom die je zelf gebruikt, hoef je niet in te kopen en lever je niet terug tegen een lage vergoeding. Verplaats je de wasmachine, vaatwasser of droger naar het midden van de dag, dan kost dat niets en levert het direct iets op. Hoe je dat aanpakt, lees je in wat is zelfverbruik en hoe verhoog je het.

De Woonbond noemt het knelpunt: zonnestroom is in de zomer weinig waard en in de winter te weinig om het verbruik te dekken. Een batterij verschuift stroom van de middag naar de avond, maar niet van juli naar januari. Een tweede rekenvoorbeeld, weer met eigen aannames: een batterij die 600 kWh per jaar opvangt, met 10 procent verlies, een stroomprijs van 30 cent en een terugleververgoeding van 4 cent per kWh. Dat bespaart 540 x 0,30 = 162 euro en kost 600 x 0,04 = 24 euro aan gemiste vergoeding, netto ongeveer 138 euro per jaar. Dat is in dezelfde orde als het restverschil van ruim 130 euro uit het appartementvoorbeeld.

Als huurder is een vaste thuisbatterij wel lastig. Je hebt schriftelijke toestemming van de verhuurder nodig, en in een EPV-woning hoort de installatie op het dak bij de verhuurder. Onze inschatting is dat die daarom kritischer kijkt naar wat je aan de installatie toevoegt. Een stekkerbatterij is juridisch eenvoudiger, maar heeft eigen nadelen op het gebied van veiligheid. Beide routes staan in een thuisbatterij in een huurwoning. Of een batterij in jouw geval loont, hangt af van hoeveel je teruglevert; de rekentool voor terugleverkosten geeft een eerste indruk.

Wat er nog kan veranderen

Het voorstel is nog niet definitief. Eerst adviseert de Raad van State, daarna stelt het kabinet de wijziging vast. Volgens Solar & Storage Magazine krijgt de Tweede Kamer voor het kerstreces een brief van minister Boekholt-O'Sullivan en minister Van Veldhoven over hoe zonnepanelen aantrekkelijk blijven voor de huursector. In april verwierp de Kamer een motie voor een eenmalige compensatie voor huurders met zonnepanelen.

Aan de kant van de verhuurders speelt het omgekeerde probleem. De verlaging kost corporaties volgens Solar & Storage Magazine theoretisch maximaal 8,2 miljoen euro per jaar bij EPV 1.0 en 2,1 miljoen euro bij EPV 2.0. Aedes zegt dat plannen voor zonnepanelen op huurwoningen dalen van ongeveer 70.000 naar 15.000 woningen per jaar. Het kabinet wil de investeringsruimte van corporaties met 28 miljard euro verbeteren, onder meer via fiscale maatregelen. Begin 2027 praat de minister met partners over de Nationale Prestatieafspraken.

Wat je als huurder nu kunt doen

  1. Zoek je EPV op. Kijk in je huurcontract of op je jaaroverzicht hoeveel je per maand betaalt en onder welk stelsel en welke categorie je woning valt.
  2. Reken het nieuwe maximum uit. Vermenigvuldig het tarief uit de tabel met je oppervlakte en vergelijk dat met wat je nu betaalt.
  3. Vraag de verhuurder om een vergelijking. De Belegger raadt aan een berekening voor 2027 te vragen voor dezelfde woning en hetzelfde verbruik, met de nieuwe tarieven.
  4. Kijk naar je energiecontract. Na 2027 bepalen de terugleververgoeding en de terugleverkosten van je leverancier hoeveel je zonnestroom nog waard is.

Een simpele beslisregel: betaal je nu het maximum, dan gaat je EPV in 2027 flink omlaag en blijft er een gat van ongeveer 10 euro per maand. Betaal je al minder dan het nieuwe maximum, dan voel je het einde van salderen bijna volledig in je stroomrekening en is het verschuiven van verbruik naar de middag het eerste wat je kunt doen. Wacht met een batterij tot je weet wat je verhuurder toestaat en wat je leverancier voor teruglevering betaalt.

Veelgestelde vragen

Wat is de energieprestatievergoeding?

De EPV is een bedrag dat een verhuurder naast de huur mag vragen voor een zeer energiezuinige, gasloze woning die zelf duurzame energie opwekt, meestal met veel zonnepanelen. De huurder betaalt die panelen niet via de huur of servicekosten, maar via de EPV.

Wanneer gaat de lagere EPV in?

Het kabinet wil de nieuwe tarieven op 1 januari 2027 laten ingaan, tegelijk met het einde van salderen. Het voorstel ligt sinds 16 oktober 2026 bij de Raad van State voor advies en is dus nog niet definitief.

Hoeveel gaan huurders er op achteruit?

Volgens het kabinet zou een huurder met het maximumtarief zonder aanpassing 42 tot 75 euro per maand meer betalen. Met de verlaging blijft daar ongeveer 8 tot 13 euro per maand van over, vergeleken met een situatie met salderen en zonder terugleverkosten.

Krijgt elke EPV-huurder korting?

Nee. Het gaat om een lager maximum. Wie nu al minder betaalt dan het nieuwe maximum, houdt zijn EPV. Volgens onderzoek van Sijpheer Energie vraagt 40 procent van de corporaties nooit het maximum. Die huurders merken vooral de hogere stroomrekening.

Helpt een thuisbatterij in een EPV-woning?

Meer eigen verbruik beperkt de gevolgen, maar vangt ze volgens de consultatietoelichting niet volledig op. Een batterij verschuift zonnestroom naar de avond, niet van zomer naar winter. Voor een vaste batterij heb je als huurder schriftelijke toestemming van de verhuurder nodig.

Bronnen en controle

Controletoelichting: De tarieventabel komt uit het conceptvoorstel van juli 2026; de definitieve tarieven kunnen na het advies van de Raad van State nog wijzigen. De rekenvoorbeelden gebruiken aangenomen waarden: een appartement van 70 m2 in de categorie hoogwaardig meergezins vanaf 2019, verhuurders die 100, 70 of 40 procent van het maximum vragen, een batterij die 600 kWh per jaar opvangt met 10 procent verlies, 30 cent per kWh stroomprijs en 4 cent per kWh terugleververgoeding. De vergelijking tussen batterijbesparing en het restverschil is van ons.

Past een thuisbatterij bij jou?

Doe de gratis scan in 2 minuten en ontvang advies op basis van je verbruik en opwek.