In het kort: Loopt je energiecontract of jaarlijkse afrekenperiode door na 1 januari 2027, dan mag je leverancier de oude en nieuwe regels niet over het hele tijdvak door elkaar gebruiken. Verbruik en teruglevering moeten worden uitgesplitst in een periode tot en met 31 december 2026 en een periode vanaf 1 januari 2027. Voor batterijbezitters is vooral belangrijk dat eigen verbruik, netafname en teruglevering vanaf die datum financieel anders worden behandeld.
Waarom de jaargrens nu al aandacht verdient
De salderingsregeling stopt over minder dan drie maanden. Toch krijgen veel huishoudens niet precies op 31 december een jaarafrekening. Je afrekenjaar kan bijvoorbeeld van mei tot mei lopen en een vast contract kan midden in 2027 eindigen. De wettelijke wijziging volgt niet jouw contractverjaardag: salderen stopt voor iedereen op 1 januari 2027.
ACM ConsuWijzer schrijft daarom expliciet dat een leverancier verbruik en teruglevering moet uitsplitsen in de periode tot en met 31 december 2026 en de periode vanaf 1 januari 2027. Dat is meer dan een administratief detail. Tot de jaargrens kan teruggeleverde elektriciteit nog worden verrekend met afgenomen elektriciteit volgens de salderingsregels. Vanaf de jaargrens worden afname en teruglevering financieel twee afzonderlijke stromen.
Wie zonnepanelen of een thuisbatterij heeft, doet er verstandig aan de laatste facturen van 2026, de contractvoorwaarden en de meterstanden te bewaren. Niet omdat je zelf de volledige energienota moet reconstrueren, maar omdat een heldere beginstand het eenvoudiger maakt om een afwijkende rekening te herkennen.
Wat geldt tot en met 31 december 2026?
Tot het einde van 2026 kan een huishouden met een kleinverbruikersaansluiting teruggeleverde elektriciteit salderen met elektriciteit die de leverancier heeft geleverd. Volgens ConsuWijzer gebeurt die verrekening inclusief energiebelasting en btw. Je kunt niet méér salderen dan de hoeveelheid elektriciteit die je in de relevante salderingsperiode hebt afgenomen. Voor het terugleveroverschot boven die grens geldt de terugleververgoeding uit je contract.
Leveranciers mogen daarnaast terugleverkosten rekenen als het contract daarin voorziet. Die kosten worden vaak gebaseerd op de totale teruglevering, niet alleen op het overschot na salderen. Daardoor zijn drie begrippen tegelijk van belang: het aantal afgenomen kilowatturen, het aantal teruggeleverde kilowatturen en de contractuele kosten voor teruglevering.
De ACM vindt jaarlijks salderen wenselijk en verwijst naar uitspraken van rechters en de Geschillencommissie Energie. Tegelijk staat volgens de toezichthouder niet letterlijk in de wet over welke periode een leverancier moet salderen of hoe verschillende leveringstarieven moeten worden verwerkt. De methode moet duidelijk in het contract staan. Juist bij dynamische of tussentijds gewijzigde tarieven moet je daarom niet alleen naar het eindsaldo in kilowatturen kijken.
Wat verandert vanaf 1 januari 2027?
Vanaf 2027 wordt afgenomen elektriciteit niet langer weggestreept tegen teruggeleverde elektriciteit. Je betaalt het leveringstarief, de energiebelasting en btw over alle stroom die je van je leverancier afneemt. Voor elektriciteit die je opwekt en onmiddellijk in de woning gebruikt, koop je niets van de leverancier en betaal je dus ook geen belasting of leverancierskosten over die kilowatturen.
Voor iedere kilowattuur die wel het net op gaat, krijg je een terugleververgoeding. Tot 1 januari 2030 moet die vergoeding volgens de huidige regels minimaal 50 procent bedragen van de prijs die je voor elektriciteit betaalt zonder energiebelasting en btw. Dat is het kale leveringstarief, niet de volledige consumentenprijs op je rekening. De helft van een kale prijs van bijvoorbeeld € 0,12 is € 0,06; het is niet de helft van een totale afnameprijs van bijvoorbeeld € 0,28.
Terugleverkosten verdwijnen niet automatisch. ConsuWijzer waarschuwt dat deze kosten vanaf 2027 soms zelfs hoger kunnen zijn dan de vergoeding voor teruggeleverde elektriciteit. De bruto terugleververgoeding en de netto opbrengst zijn daarom verschillende bedragen. Voor een eerlijke vergelijking moet je ook vaste kosten, staffels en de manier waarop een leverancier de kosten toerekent meenemen.
Hoe ziet een gesplitste afrekening er in een voorbeeld uit?
Neem een huishouden met een afrekenjaar van 1 juli 2026 tot en met 30 juni 2027. Van juli tot en met december neemt het 1.400 kWh af en levert het 1.000 kWh terug. In een vereenvoudigd voorbeeld kan 1.000 kWh worden gesaldeerd. Er blijft dan 400 kWh afname over waarop het contractuele leveringstarief, belasting en btw worden toegepast. Eventuele terugleverkosten volgen de contractvoorwaarden en kunnen over de totale 1.000 kWh teruglevering zijn berekend.
Van januari tot en met juni 2027 neemt hetzelfde huishouden 1.300 kWh af en levert het 900 kWh terug. Die stromen worden niet meer tegen elkaar weggestreept. Het huishouden betaalt voor 1.300 kWh afname en krijgt een vergoeding voor 900 kWh teruglevering. Stel uitsluitend ter illustratie dat de volledige afnameprijs € 0,28 per kWh bedraagt en de terugleververgoeding € 0,07 per kWh. De leveringsrekening voor afname is dan € 364 en de bruto vergoeding € 63, vóór vaste kosten en terugleverkosten.
Het zou fout zijn om de 900 kWh uit 2027 alsnog te gebruiken om de resterende afname uit 2026 te salderen. Ook mag een leverancier de 2026-teruglevering niet zomaar volledig onder het vergoedingsregime van 2027 schuiven. De knip op 1 januari moet zichtbaar en controleerbaar zijn.
Dit voorbeeld gebruikt verzonnen tarieven om de rekenrichting te laten zien. Werkelijke bedragen hangen af van je contract, belastingtarieven, btw, vaste leveringskosten, nettarieven en de methode voor terugleverkosten. Een dynamisch contract kan bovendien per kwartier of uur een andere kale prijs en terugleverwaarde hebben.
Welke meterstanden zijn rond de jaarwisseling belangrijk?
Een slimme meter meet afname en teruglevering afzonderlijk en stuurt de standen normaal gesproken automatisch door. Een digitale meter meet deze stromen eveneens apart, maar geeft ze niet automatisch door. Vanaf 2026 is voor teruglevering een slimme of digitale meter nodig; huishoudens met een oude analoge draaischijfmeter krijgen volgens ConsuWijzer in 2026 bericht van hun netbeheerder over vervanging.
Maak rond 31 december een eigen foto of notitie van de telwerken voor afname en teruglevering. Noteer datum en tijd en bewaar daarnaast een export of schermafbeelding van het leveranciersportaal. De officiële factuur blijft leidend, maar je hebt zo een plausibiliteitscontrole als een stand ontbreekt of op een verkeerd moment is geschat.
Kijk niet alleen naar de batterij-app. Die meet vaak achter de aansluiting en gebruikt een eigen energiemeter of stroomsensoren. Kleine verschillen met de officiële slimme meter zijn mogelijk door meetmoment, afronding, verliezen en de plaats van de meting. Voor de financiële afrekening gebruikt de leverancier de meetdata van de erkende meetinrichting bij de aansluiting, niet het dashboard van de thuisbatterij.
Wat doet een thuisbatterij met de afrekening vóór en na 1 januari?
Een batterij verandert de wettelijke datum niet. Zij verandert wel hoeveel stroom op ieder moment de aansluiting passeert. Wanneer je overdag 5 kWh zonnestroom opslaat en die ’s avonds in huis gebruikt, lever je ongeveer 5 kWh minder terug en neem je later minder af. Door omzettings- en stand-byverliezen komt niet de volledige geladen hoeveelheid weer beschikbaar.
In 2026 kan het financiële voordeel van die verschuiving beperkt zijn zolang dezelfde afname en teruglevering nog tegen elkaar worden gesaldeerd. Er kan wel voordeel ontstaan als je terugleverkosten verlaagt, prijspieken vermijdt of een deel van de energie buiten de salderingsgrens valt. Dat verschilt per contract. Een verkooppresentatie die iedere opgeslagen kilowattuur in 2026 waardeert tegen het volledige afnametarief telt mogelijk voordeel dubbel.
Vanaf 2027 wordt direct eigen verbruik duidelijker waardevol. Met opgeslagen zonnestroom vermijd je de volledige prijs van een later afgenomen kilowattuur, maar je ziet tegelijk af van de terugleververgoeding die je voor die zonnestroom had kunnen ontvangen. De bruto waarde van verschuiven is dus ongeveer het vermeden afnametarief minus de misgelopen terugleververgoeding, gecorrigeerd voor batterijverlies en eventuele invloed op terugleverkosten.
Stel dat 1 kWh zonnestroom bij directe teruglevering € 0,07 oplevert. Als opslag na verliezen 0,90 kWh bruikbare energie oplevert en de latere afnameprijs € 0,28 per kWh is, vermijd je € 0,252 aan inkoop. Na aftrek van de misgelopen € 0,07 is het bruto verschil ongeveer € 0,182 per geladen kWh. Daar moeten nog batterijslijtage, softwarekosten en eventuele andere contracteffecten vanaf. Dit is een rekenmethode, geen voorspelling van je rendement.
Waarom groothandelsprijs, leveringstarief en terugleververgoeding niet hetzelfde zijn
De groothandelsprijs is de prijs op de elektriciteitsmarkt. Een leverancier koopt en verkoopt daar energie, maar de consument ziet niet simpelweg hetzelfde getal terug. Het afnametarief kan inkoopopslagen bevatten en op de rekening komen ook energiebelasting en btw. Bij een vast contract verandert de energieprijs niet ieder kwartier; bij een dynamisch contract volgt het energiedeel de markt veel directer.
De terugleververgoeding is het bedrag dat de leverancier voor teruggeleverde kilowatturen betaalt. Vanaf 2027 geldt tijdelijk de wettelijke ondergrens ten opzichte van het kale leveringstarief, maar terugleverkosten worden afzonderlijk berekend. Een advertentie met “50 procent vergoeding” zegt dus onvoldoende zonder te vermelden waarvan die 50 procent wordt genomen en welke kosten ernaast staan.
Voor een thuisbatterij met handelssoftware is nog een vierde laag relevant: de vergoeding of opbrengst die een energiedienst belooft voor flexibiliteit. Dat kan afhangen van markttoegang, beschikbaarheid en voorwaarden van de aggregator. Behandel zo’n vergoeding niet als hetzelfde als de reguliere terugleververgoeding op je energiecontract.
Wat als je contract doorloopt over 1 januari 2027?
De wettelijke einddatum van salderen kan een leverancier niet uitstellen. ConsuWijzer merkt wel op dat een contract aanvullende rechten kan bevatten. Staat er in een doorlopend vast contract een gunstigere afspraak, dan moet je de precieze tekst beoordelen. Een leverancier kan voorwaarden niet willekeurig aanpassen: de mogelijkheid en reden voor wijziging moeten duidelijk en begrijpelijk in de bestaande voorwaarden staan. Bij een toegestane wijziging kun je volgens ConsuWijzer kosteloos overstappen.
Controleer daarom vóór de jaarwisseling welk afnametarief, welke terugleververgoeding en welke terugleverkosten vanaf 2027 gelden. Vraag bij onduidelijkheid schriftelijke uitleg. Bewaar de versie van de voorwaarden die bij het afsluiten van je contract gold en de kennisgeving van iedere wijziging.
Zo controleer je de eerste rekening van 2027
Begin bij de twee perioden. De nota moet duidelijk maken welke afname en teruglevering bij 2026 horen en welke bij 2027. Controleer vervolgens of alleen de eerste periode is gesaldeerd en of de terugleververgoeding na 1 januari aan de juiste kilowatturen is gekoppeld. Bekijk apart welke terugleverkosten, vaste kosten, belasting en btw zijn toegepast.
Vergelijk de begin- en eindstanden met het vorige overzicht en met je eigen notitie rond de jaarwisseling. Gebruik de batterij-app alleen als aanvullende controle. Klopt de nota niet of is de salderingsmethode onduidelijk, leg dan eerst schriftelijk een concrete vraag of klacht bij de leverancier neer. ConsuWijzer biedt hiervoor ook voorbeeldbrieven en informatie over vervolgstappen.
De overgang naar 2027 is geen reden om haastig een batterij te kopen. Het is wel een goed moment om met eigen kwartier- of uurdata te berekenen hoeveel zonnestroom je werkelijk kunt verschuiven. Daarmee vervang je algemene verkoopslogans door een controleerbare rekensom.
Veelgestelde vragen
Moet mijn energieleverancier op 31 december 2026 een aparte eindafrekening sturen?
Niet noodzakelijk. De uiteindelijke jaar- of eindafrekening mag later komen, maar moet verbruik en teruglevering wel uitsplitsen in de periode tot en met 31 december 2026 en de periode vanaf 1 januari 2027.
Kan ik zonnestroom uit januari 2027 nog salderen met verbruik uit december 2026?
Nee. De wettelijke salderingsregeling stopt op 1 januari 2027. Teruglevering vanaf die datum valt onder de nieuwe vergoeding en mag niet alsnog in de oude periode worden geschoven.
Is de minimale terugleververgoeding de helft van mijn totale stroomprijs?
Nee. Tot 1 januari 2030 is de ondergrens 50 procent van de elektriciteitsprijs zonder energiebelasting en btw: het kale leveringstarief. De totale consumentenprijs is hoger door belastingen en mogelijk andere componenten.
Verdwijnt de terugleververgoeding door terugleverkosten?
De vergoeding blijft bestaan, maar terugleverkosten kunnen de netto opbrengst verkleinen en volgens ConsuWijzer soms hoger zijn dan de vergoeding. Bekijk daarom beide posten afzonderlijk.
Is de batterij-app geschikt als bewijs voor mijn energierekening?
De app is nuttig als controle, maar de leveranciersafrekening is gebaseerd op de officiële meetdata van je aansluiting. Verschillen kunnen ontstaan door meetlocatie, timing, afronding en omzettingsverlies.
Bronnen
Bereken of een thuisbatterij bij jou past
Doe de gratis scan in 2 minuten en ontvang advies op basis van je verbruik en opwek.