In het kort
Een vaste thuisbatterij hoort op een eigen eindgroep, waar niets anders op zit, zo dicht mogelijk achter de hoofdschakelaar in de groepenkast. De zekering van die groep volgt uit het vermogen van de batterijomvormer: 3,68 kW op één fase past op 16 ampère, 5 of 6 kW op één fase vraagt 25 ampère of meer en een dikkere kabel. Of er een aardlekschakelaar voor moet en welk type, staat in de installatiehandleiding van de omvormer. Een vrije plek in de kast is niet genoeg: omdat de batterij net als zonnepanelen stroom terug de kast in stuurt, moet de installateur ook de rest van de kast nalopen.
Waarom een batterij niet op een bestaande groep mag
Een gewone groep is gemaakt voor stroom in één richting: van het net, via de zekering, naar je stopcontacten. De zekering schakelt af als er te veel stroom door de kabel gaat. Een thuisbatterij levert zelf ook stroom. Zit hij op een groep waar ook apparaten op hangen, dan kan er stroom van twee kanten komen. Milieu Centraal legt uit dat er dan meer stroom over de bedrading achter een groep kan gaan zonder dat de zekering uitschakelt, omdat de zekering alleen ziet wat er van het net komt. De bedrading kan te heet worden, en met een wasmachine of droger op dezelfde groep kan dat tot brand leiden.
Daarom sluit een installateur een thuisbatterij aan op een aparte groep in de meterkast en niet op een stopcontact, schrijft Milieu Centraal, met verwijzing naar de installatienorm NEN 1010. ABB zegt in zijn kennisdocument over zonnepanelen hetzelfde voor omvormers: die horen op een zelfstandige eindgroep. Voor een stekkerbatterij geldt die regel niet, omdat die juist in het stopcontact gaat; wat je daarbij zelf kunt controleren, staat in mag ik een thuisbatterij zelf installeren.
Waar de groep in de groepenkast komt
Een eigen groep alleen is niet genoeg. De plek in de kast telt ook, en dat heeft te maken met de stroom door de kast zelf. Een standaard groepenkast heeft een hoofdschakelaar van 40 ampère, maar alle groepen samen kunnen veel meer stroom trekken. Normaal is dat geen probleem: de netbeveiliging van 25, 35 of 40 ampère bij je meter begrenst wat er binnenkomt. ABB rekent in zijn kennisdocument voor wat er verandert als er een omvormer bij komt. Uit het net komt dan tot 25 ampère, uit de omvormer nog eens tot 32 ampère, samen 57 ampère door de rail in de kast. Dat is te veel voor een standaardkast van 40 ampère, en de netbeveiliging werkt dan niet meer als vangnet.
Voor een thuisbatterij geldt hetzelfde, want ook die voedt de kast. De oplossing uit het ABB-document is de groep van de omvormer direct achter de hoofdschakelaar aan te sluiten, vóór alle andere beveiligingen. Een andere optie is een extra installatieautomaat van 40 ampère te plaatsen en de omvormer daarvóór aan te sluiten, zodat de overige groepen nooit meer stroom krijgen dan waarvoor de kast is gemaakt. NEN 1010 eist ook een waarschuwingsbord als er meer dan één voedingsbron op de kast zit. Met zonnepanelen én batterij heb je er zelfs drie: het net, de panelen en de batterij.
Rekenvoorbeeld: zonnepanelen en batterij in één kast
Aannames: een woning met een eenfase-aansluiting van 40 ampère en een standaardkast met hoofdschakelaar van 40 ampère. De omvormer van de zonnepanelen levert maximaal 16 ampère, en er komt een batterij bij die 5 kW kan leveren, ongeveer 22 ampère. Op een avond met de kookplaat, droger en vaatwasser aan, komt er 40 ampère van het net en 22 ampère uit de batterij. Overdag kunnen panelen en batterij samen stroom de kast in sturen. Zitten panelen of batterij ergens tussen de andere groepen, dan kan er in het ongunstigste geval 60 ampère of meer door de rail lopen, terwijl de kast op 40 is berekend. Hangen ze direct achter de hoofdschakelaar of vóór een extra automaat van 40 ampère, dan krijgen de gewone groepen nooit meer dan 40 ampère. Dit is precies het soort controle dat bij de technische opname moet gebeuren.
Welke zekering en kabel bij welk vermogen
De zekering van de batterijgroep volgt uit het maximale vermogen van de batterijomvormer. Bij 230 volt reken je dat om met stroom is vermogen gedeeld door spanning. Een driefase-omvormer verdeelt het vermogen over drie fasen, zodat de stroom per fase lager is. De tabel geeft de orde van grootte; de juiste waarde staat in de installatiehandleiding van de fabrikant.
| Vermogen batterijomvormer | Fasen | Stroom per fase (afgerond) | Gangbare groep |
|---|---|---|---|
| 0,8 kW (stekkerbatterij) | 1 | 3,5 A | Bestaande groep, zonder zware apparaten erbij |
| 3,68 kW | 1 | 16 A | Eigen groep 16 A |
| 5 kW | 1 | 22 A | Eigen groep 25 A, zwaardere kabel |
| 6 kW | 1 | 26 A | Eigen groep boven 25 A, zwaardere kabel |
| 10 kW | 3 | 14,5 A | Eigen driefasegroep, 3 × 16 A |
Een omvormer van 3.680 watt is niet toevallig een veelvoorkomende maat. De kleinste Sunny Boy Storage van SMA heeft precies dat vermogen, en dat is 16 ampère bij 230 volt, de maat van een gewone huisgroep. Wordt de zekering zwaarder, dan moet de kabel mee. Welke doorsnede nodig is, hangt ook af van de lengte en hoe de kabel loopt, door een koude garage, in een muur of in een volle buis. Dat rekent de installateur uit volgens NEN 1010. Een lange route naar een schuur of zolder kan daardoor een zwaardere kabel vragen dan bij een batterij naast de meterkast.
Bij een eenfasebatterij van 5 kW of meer komt nog een vraag bij: op welke fase komt hij, en zitten daar al de omvormer van de zonnepanelen of de laadpaal op? Bij een driefase-aansluiting wil je zware bronnen en verbruikers liever over de fasen spreiden. Hoe je kiest tussen een eenfase- en driefasebatterij, staat in heb ik een 1-fase- of 3-fase-thuisbatterij nodig. Het vermogen van de omvormer zelf kies je zoals beschreven in welke omvormer heb ik nodig voor een thuisbatterij.
Aardlekschakelaar: ja of nee, en welk type
De aardlekschakelaar is het onderdeel waar de meeste verwarring over bestaat. In een gewone kast zitten groepen met stopcontacten achter een aardlek van 30 milliampère. NEN 1010 eist die extra bescherming voor wandcontactdozen voor algemeen gebruik, schrijft ABB, maar niet voor een vast aangesloten omvormer. Een omvormer achter een aardlek van 30 milliampère kan juist onnodig afslaan. ABB noemt als vuistregel dat een omvormer zonder transformator ongeveer 10 milliampère lekstroom per kWp kan veroorzaken, en dat een aardlek al bij 35 procent van zijn nominale waarde kan aanspreken.
Het type hangt af van de omvormer. Kan een omvormer gelijkstroom lekken, dan is een duurder type B nodig. SMA verklaart dat zijn omvormers dat door hun ontwerp niet kunnen en dat een type A volstaat. Voor de Sunny Boy Storage schrijft SMA dat een externe aardlek, als die volgens de lokale regels nodig is, moet afschakelen bij 100 milliampère of meer. Andere merken stellen andere eisen. De handleiding van jouw omvormer is dus leidend, en een installateur die zonder te kijken een standaard aardlek plaatst, slaat een stap over.
Noodstroomgroepen zijn een aparte kwestie
Wil je dat de batterij bij een stroomstoring een deel van het huis blijft voeden, dan komt er meer bij dan één groep. De batterij moet die groepen dan van het net kunnen scheiden. Zonneplan beschrijft zijn aanpak: naast de eigen groep voor de batterij komt er een apart groepenkastje in de meterkast, waarop drie groepen worden aangesloten die bij een storing op de batterij blijven werken. Welke drie dat zijn, kies je op de installatiedag met de monteur. Maak daarom vooraf een overzicht van wat er op elke groep zit. Of een batterij geschikt is als noodstroom en wat er dan blijft werken, lees je in kan een thuisbatterij als noodstroomvoorziening dienen.
Zo bereid je de technische opname voor
De installateur moet de kast beoordelen, maar je kunt veel zelf verzamelen, zodat de offerte klopt en er op de installatiedag geen verrassingen zijn. Zonneplan noemt bijvoorbeeld dat de monteurs altijd een nieuw kabeltraject aanleggen en dat een bestaande loze leiding minstens 19 millimeter doorsnede moet hebben en vrij moet zijn van andere kabels. Het huis is tijdens de aansluiting gemiddeld een halfuur zonder stroom.
- Fotografeer de hele groepenkast met de deksel open en lees de ampèrewaarde van de hoofdschakelaar af.
- Kijk of je een eenfase- of driefase-aansluiting hebt en op welke fase je zonnepanelen en laadpaal zitten.
- Tel de vrije plekken op de rail en kijk of er al een groep voor de omvormer van de zonnepanelen is.
- Meet de afstand van de meterkast naar de plek van de batterij en kijk of er een loze leiding loopt.
- Schrijf op welke groepen je bij een storing zou willen houden, als je noodstroom wilt.
Vraag in de offerte om de zekeringwaarde, de kabeldoorsnede, het type aardlek en de plek van de groep in de kast, en om een bijgewerkt groepenschema na oplevering. Staat er alleen "aansluiten op bestaande groepenkast" zonder die gegevens, dan weet je niet of de kast is nagelopen. Is de kast oud, vol of heeft hij geen ruimte voor een groep direct achter de hoofdschakelaar, reken dan op uitbreiding of vervanging en laat die kosten apart in de offerte zetten.
Veelgestelde vragen
Mag een thuisbatterij op een bestaande groep?
Een vaste batterij niet. Hij hoort op een eigen eindgroep, omdat de stroom van net en batterij anders samen over dezelfde bedrading kan gaan zonder dat de zekering afslaat. Alleen een stekkerbatterij gaat in een stopcontact; zet daar dan geen zware apparaten bij op dezelfde groep.
Welke zekering heeft een thuisbatterij nodig?
Dat volgt uit het vermogen van de omvormer. Een eenfase-omvormer van 3,68 kW past op 16 ampère, een van 5 kW vraagt ongeveer 25 ampère. Een driefase-omvormer van 10 kW komt uit op ongeveer 14,5 ampère per fase. De handleiding van de fabrikant geeft de exacte waarde.
Moet een thuisbatterij achter een aardlekschakelaar?
Dat staat in de installatiehandleiding van de omvormer en hangt af van de lokale regels. De 30 milliampère-eis van NEN 1010 geldt voor stopcontacten, niet voor een vast aangesloten omvormer. SMA vraagt bijvoorbeeld, als er een aardlek nodig is, een type A van 100 milliampère of meer.
Moet de groepenkast worden vervangen?
Niet altijd. Er moet ruimte zijn voor een groep direct achter de hoofdschakelaar of vóór een extra installatieautomaat, zodat de kast niet overbelast raakt. Is de kast vol of verouderd, dan is uitbreiden of vervangen nodig. Laat dat apart in de offerte zetten.
Bronnen en controle
- ABB: Kennisdocument, voorkom grote problemen bij het aansluiten van PV-panelen (versie 07.19), geraadpleegd 17 oktober 2026. Gebruikt voor de eigen eindgroep, de overbelasting van de kast bij parallelle voeding, de oplossingen met aansluiting direct achter de hoofdschakelaar of een extra automaat, het waarschuwingsbord en de aardlekregels uit NEN 1010:2015.
- Milieu Centraal: Thuisbatterij, zonne-energie opslaan, geraadpleegd 17 oktober 2026
- SMA: Datasheet Sunny Boy Storage 3.7 / 5.0 / 6.0, geraadpleegd 17 oktober 2026
- SMA: Material for circuitry of the system with one Sunny Boy Storage, geraadpleegd 17 oktober 2026. Gebruikt voor de eis van een externe aardlek van 100 mA of meer.
- SMA: Fabrikantverklaring aardlekschakelaar type A (12 februari 2020), geraadpleegd 17 oktober 2026
- Zonneplan: Voorbereiden op de installatiedag, noodstroomgroepen, geraadpleegd 17 oktober 2026. Gebruikt als voorbeeld van een installatiepraktijk: eigen groep, apart kastje met drie noodstroomgroepen, kabeltraject, loze leiding en duur van de onderbreking.
Controletoelichting: De stroomwaarden in de tabel zijn eigen afgeronde berekeningen (vermogen gedeeld door 230 volt); de gangbare groep is een indicatie, de installatiehandleiding van de fabrikant en de berekening van de installateur volgens NEN 1010 zijn leidend. Het rekenvoorbeeld met 60 ampère is een vereenvoudigd ongunstigste geval naar de redenering in het ABB-document. Kabeldoorsneden noemen we niet, omdat die afhangen van lengte en installatiewijze.
Ontdek of een thuisbatterij bij jou past
Doe de gratis scan in 2 minuten en ontvang advies op basis van je verbruik en opwek.