In het kort
Zonnepanelen leveren elk jaar iets minder op. Onderzoek van het Amerikaanse NREL komt uit op een mediane achteruitgang van ongeveer 0,5 procent per jaar, en fabrikanten garanderen meestal dat panelen na 25 jaar nog rond de 80 procent van hun vermogen halen. Na tien jaar lever je dus grofweg 5 procent minder in. Voor een thuisbatterij is dat zelden de reden dat hij minder vol raakt: weer, vuil en een slijtende omvormer maken meer verschil.
Wat degradatie is en hoe snel het gaat
Een zonnepaneel zet elk jaar iets minder zonlicht om in stroom. Dat heet degradatie. Het komt door langzame veranderingen in de cellen en de materialen eromheen, door uv-licht, temperatuurwisselingen en vocht. Het gaat geleidelijk: je merkt het niet van het ene op het andere jaar, maar over twintig jaar telt het op.
Het Amerikaanse onderzoeksinstituut NREL heeft grote aantallen installaties geanalyseerd en komt uit op een mediane achteruitgang van ongeveer 0,5 procent per jaar. NREL tekent daarbij aan dat het in warmere klimaten en bij panelen op daken hoger kan uitvallen, omdat die warmer worden dan panelen in een veld met wind eronder. Een paneel heeft volgens NREL geen vaste einddatum: het levert steeds iets minder, maar stopt niet op een bepaalde dag.
Milieu Centraal houdt het voor Nederland op een levensduur van zo'n 25 jaar en schrijft dat leveranciers meestal garanderen dat de panelen na 25 jaar nog 80 procent van hun oorspronkelijke vermogen leveren. Zonneplan noemt dat Nederlandse panelen tot wel 40 jaar mee kunnen gaan, met een opbrengst die in de eerste 25 jaar geleidelijk afneemt. De garantie is dus een ondergrens, geen voorspelling van het moment waarop het paneel ophoudt.
Het eerste jaar is anders dan de rest
Veel fabrikanten rekenen in hun vermogensgarantie met twee stappen. In het eerste jaar mag het paneel iets meer inleveren, omdat nieuwe cellen in de eerste maanden in het licht een beetje vermogen verliezen. Daarna volgt een vaste, kleinere afname per jaar tot het einde van de garantie.
Een voorbeeld uit de praktijk is het datasheet van de Autarco MHJ-panelen. Daarin staat een vermogensdegradatie in het eerste jaar van maximaal 2,0 procent, daarna maximaal 0,55 procent per jaar, en een lineaire vermogensgarantie van 25 jaar tot 84,8 procent. Los daarvan geeft Autarco 12 jaar productgarantie op materialen en verwerking. Dat onderscheid is nuttig om te kennen: de productgarantie gaat over gebreken aan het paneel zelf, de vermogensgarantie over hoeveel het nog moet leveren. Andere merken hanteren andere percentages, dus kijk in het datasheet van je eigen panelen.
Die garantiewaarden zijn de grens waaronder de fabrikant in actie moet komen. Een paneel dat zich normaal gedraagt, zit daar doorgaans boven. Wie wil rekenen met een verwachting in plaats van een ondergrens, gebruikt eerder het NREL-cijfer van ongeveer 0,5 procent per jaar.
Rekenvoorbeeld: tien panelen na 10, 20 en 25 jaar
Milieu Centraal rekent voor een installatie van tien panelen van 435 wattpiek met een opbrengst van ongeveer 3.800 kWh per jaar. Neem dat getal als opbrengst van een nieuwe installatie in een gemiddeld jaar. In de tabel staat wat er overblijft bij twee aannames: de mediane achteruitgang van 0,5 procent per jaar volgens NREL, en de ondergrens uit het Autarco-datasheet (2 procent in jaar 1, daarna 0,55 procent per jaar).
| Leeftijd installatie | Bij 0,5% per jaar | Bij garantie-ondergrens |
|---|---|---|
| Nieuw | 3.800 kWh | 3.800 kWh |
| Na 10 jaar | ongeveer 3.610 kWh (95%) | ongeveer 3.540 kWh (93%) |
| Na 20 jaar | ongeveer 3.440 kWh (90,5%) | ongeveer 3.330 kWh (87,6%) |
| Na 25 jaar | ongeveer 3.350 kWh (88%) | ongeveer 3.220 kWh (84,8%) |
Na tien jaar gaat het dus om ongeveer 190 kWh per jaar minder bij de mediane achteruitgang. Gemiddeld over het jaar is dat ruim een halve kWh per dag. Dit is een rekenvoorbeeld met aannames: de werkelijke opbrengst hangt af van ligging, hellingshoek, schaduw en het weer, en Milieu Centraal geeft de 3.800 kWh als indicatie, niet als meting op jouw dak.
Waarom je het weer eerder ziet dan de slijtage
Wie in de app van zijn omvormer de jaaropbrengsten naast elkaar zet, ziet vaak grotere schommelingen dan 0,5 procent. Dat komt door het weer. SolarCare onderzocht de gemiddelde opbrengst per paneel bij zo'n 2.500 installaties en vond dat de opbrengst in 2024 6 procent lager lag dan in 2023, door een slecht voorjaar en een slechte zomer. Eén somber jaar kost dus meer dan tien jaar degradatie bij elkaar.
Daarom heeft het weinig zin om één jaar met het vorige te vergelijken en daar conclusies aan te verbinden. Beter is om je opbrengst te vergelijken met die van installaties in de buurt in hetzelfde jaar, of met een verwachting per wattpiek. In het rekenvoorbeeld van Milieu Centraal komt dat neer op ongeveer 0,87 kWh per wattpiek per jaar. Ligt je opbrengst daar structureel ver onder, terwijl het in de buurt wel goed ging, dan is er iets anders aan de hand dan normale slijtage.
Milieu Centraal geeft een concrete grens: neemt de stroomopbrengst af met meer dan 10 procent, laat dan zowel de panelen als de omvormer nakijken. Als veelvoorkomende oorzaken noemt Milieu Centraal een slechter wordende omvormer en vieze panelen. Bij panelen met een hellingshoek boven de 20 graden spoelt regen ze meestal schoon, maar vogelpoep en algen blijven zitten. Panelen die bijna plat liggen, maak je volgens Milieu Centraal minstens eens per jaar schoon.
Wat het betekent voor een thuisbatterij
Een thuisbatterij laadt op het overschot: de stroom die je panelen leveren terwijl je huis hem op dat moment niet gebruikt. Als de opbrengst een paar procent zakt, zakt vooral dat overschot. In de zomer merk je daar weinig van, omdat de batterij dan meestal toch al vol raakt en de rest het net op gaat. Het verschil zit in het voorjaar, het najaar en de winter, als het overschot al klein is. Dan kan een paar procent minder opwek betekenen dat de batterij op sommige dagen net niet vol raakt.
Reken het rekenvoorbeeld door: ruim een halve kWh per dag minder na tien jaar, verdeeld over het hele jaar. Bij een batterij van een paar kWh is dat op een gemiddelde dag geen groot verschil, en het meeste ervan valt in de zomer, wanneer er toch over is. Degradatie is daarom zelden een reden om een grotere batterij te kopen of om panelen eerder te vervangen. Hoe de verhouding tussen panelen en batterij werkt, lees je in hoeveel zonnepanelen heb ik nodig voor een thuisbatterij.
Er is wel een situatie waarin het meetelt: als je een batterij koopt bij panelen die al tien jaar of langer op het dak liggen. De batterij gaat dan nog een flink aantal jaren mee, terwijl de panelen elk jaar iets minder leveren. Wie dan al krap zat met het overschot, kan overwegen om bij de batterij ook een paar panelen bij te plaatsen. Let er wel op dat nieuwe en oude panelen niet zomaar in dezelfde reeks kunnen; dat staat uitgelegd in extra zonnepanelen bijplaatsen met een thuisbatterij.
De omvormer slijt sneller dan de panelen
Bij oudere installaties is de omvormer vaak een groter aandachtspunt dan de panelen zelf. Milieu Centraal noemt een gemiddelde levensduur van 12 jaar voor een omvormer, tegen zo'n 25 jaar voor de panelen. Een omvormer vervangen kost volgens Milieu Centraal voor een set van acht panelen zo'n 900 euro. Een omvormer die achteruitgaat, kost ook opbrengst, en die daling lijkt in de app op degradatie van de panelen.
Voor wie een thuisbatterij overweegt, maakt dat de timing interessant. Is je omvormer al ruim tien jaar oud, dan is de kans reëel dat hij binnen de levensduur van de batterij vervangen moet worden. Dat is het moment om te kijken of een hybride omvormer, die panelen en batterij samen bedient, een betere keuze is dan een losse omvormer naast een AC-gekoppelde batterij. De afweging staat in welke omvormer heb ik nodig voor een thuisbatterij, en wat je doet als de omvormer het opgeeft, lees je in omvormer in storing bij zonnepanelen en thuisbatterij.
Zo controleer je of jouw panelen normaal verouderen
Je hebt er geen meetapparatuur voor nodig. De opbrengstgegevens uit de omvormer-app of het portaal van je installateur zijn genoeg, mits je een paar jaar terug kunt kijken.
- Zoek het wattpiekvermogen van je installatie op in de offerte of de aanmelding op Energieleveren.nl.
- Deel de jaaropbrengst in kWh door dat vermogen in wattpiek en vergelijk de uitkomst over meerdere jaren.
- Leg een slecht jaar naast cijfers uit de buurt of uit het nieuws voordat je aan de panelen twijfelt.
- Zakt de opbrengst meer dan 10 procent zonder dat het weer dat verklaart, laat dan panelen en omvormer nakijken.
- Houd het datasheet en de garantiebewijzen bij de hand, want daarin staat de garantie-ondergrens voor jouw merk.
Een vuistregel voor de beslissing: zie je over meerdere jaren een daling van ongeveer een half procent per jaar, dan verouderen je panelen normaal en hoef je niets te doen. Bij een plotselinge daling of een daling die ruim boven de garantielijn uitkomt, ligt de oorzaak meestal bij de omvormer, vuil of een defect paneel, en dat is te verhelpen. Heb je de woning met panelen gekocht, vraag dan de garantiegever om je naam op het garantiebewijs te zetten, zoals Milieu Centraal adviseert, zodat je bij een probleem ook echt een beroep op de garantie kunt doen.
Veelgestelde vragen
Hoeveel procent gaan zonnepanelen per jaar achteruit?
Volgens onderzoek van NREL is de mediane achteruitgang ongeveer 0,5 procent per jaar, met hogere waarden in warme klimaten en bij panelen op daken. Fabrikanten garanderen vaak een iets ruimere grens, bijvoorbeeld maximaal 2 procent in het eerste jaar en daarna maximaal 0,55 procent per jaar.
Hoeveel leveren zonnepanelen na 25 jaar nog op?
Milieu Centraal schrijft dat leveranciers meestal garanderen dat panelen na 25 jaar nog 80 procent van hun oorspronkelijke vermogen leveren. Sommige merken garanderen meer, zoals 84,8 procent bij de Autarco MHJ-panelen. Bij een achteruitgang van 0,5 procent per jaar kom je op ongeveer 88 procent uit.
Wanneer moet ik mijn zonnepanelen laten nakijken?
Milieu Centraal adviseert panelen en omvormer te laten nakijken als de opbrengst met meer dan 10 procent daalt. Kijk eerst of het weer de daling verklaart, want een slecht jaar kan al 6 procent schelen. Vaak ligt de oorzaak bij de omvormer of vuil op de panelen.
Moet ik een grotere thuisbatterij nemen omdat mijn panelen ouder worden?
Meestal niet. Na tien jaar leveren panelen bij 0,5 procent per jaar ongeveer 5 procent minder op, en dat verlies valt vooral in de zomer, als de batterij toch vol raakt. Bij krappe opwek kan een paar extra panelen meer opleveren dan extra opslag.
Bronnen en controle
- NREL: STAT FAQs Part 2, Lifetime of PV Panels, geraadpleegd 31 oktober 2026
- Milieu Centraal: Zonnepanelen onderhouden, vervangen of wegdoen, geraadpleegd 31 oktober 2026
- Milieu Centraal: Kosten en opbrengst zonnepanelen, geraadpleegd 31 oktober 2026
- Autarco: Datasheet S1.MHJ zonnepanelen, geraadpleegd 31 oktober 2026
- Zonneplan: Levensduur van zonnepanelen, geraadpleegd 31 oktober 2026
- Solar Magazine: Opbrengst zonnepanelen 6 procent lager door slechte voorjaars- en zomermaanden, artikel van 17 januari 2025, geraadpleegd 31 oktober 2026
Controletoelichting: Het rekenvoorbeeld gaat uit van de indicatieve jaaropbrengst van 3.800 kWh voor tien panelen van 435 Wp van Milieu Centraal en past daar twee aannames op toe: 0,5 procent per jaar (NREL-mediaan) en de garantie-ondergrens uit het Autarco-datasheet. De kWh per wattpiek is zelf berekend uit de cijfers van Milieu Centraal. Garantiewaarden verschillen per merk.
Past een thuisbatterij bij jou?
Doe de gratis scan in 2 minuten en ontvang advies op basis van je verbruik en opwek.