In het kort: Het kabinet stelt voor om de energie-investeringsaftrek (EIA) per 1 januari 2027 te verhogen van 40 naar 45,5 procent. Daardoor kan een kwalificerende zakelijke batterij meer aftrek opleveren, maar 45,5 procent aftrek is geen korting van 45,5 procent op de aankoopprijs. Bovendien komt lang niet iedere thuisbatterij in aanmerking: de ondernemer, de techniek, het gebruik, de Energielijst en het moment waarop de investeringsverplichting wordt aangegaan zijn allemaal bepalend.
Wat is er op Prinsjesdag precies voorgesteld?
Het pakket Belastingplan 2027 is op 15 september 2026 aan de Tweede Kamer aangeboden. In de officiële stukken staat dat het EIA-percentage in 2027 moet stijgen van 40 naar 45,5 procent. De algemene nieuwspagina van de Rijksoverheid spreekt op één plaats over 45 procent, terwijl de maatregelenoverzichten en het wetsvoorstel 45,5 procent noemen. Voor een berekening is 45,5 procent daarom het relevante voorgestelde percentage, maar het blijft op 29 september 2026 een wetsvoorstel.
Dat voorbehoud is belangrijk. De Tweede Kamer behandelt het pakket vanaf oktober en daarna volgt de Eerste Kamer. De uiteindelijke wet kan nog wijzigen. Ook verschijnt de Energielijst 2027 pas later. Die jaarlijkse lijst bepaalt welke investeringen in het betreffende jaar onder de regeling kunnen vallen en aan welke technische voorwaarden ze moeten voldoen.
Voor een ondernemer met plannen voor een batterij is de aankondiging dus wel degelijk relevant, maar nog geen vrijbrief om alvast een voordeel in de offerte te boeken. Een leverancier die nu zegt dat je in 2027 “45,5 procent subsidie” krijgt, beschrijft de regeling onjuist en loopt vooruit op zowel de parlementaire behandeling als de Energielijst 2027.
Waarom is 45,5 procent aftrek geen korting van 45,5 procent?
De EIA is een extra aftrek van de fiscale winst. Je ontvangt niet rechtstreeks 45,5 procent van de investering op je bankrekening. Eerst wordt het kwalificerende investeringsbedrag met het EIA-percentage vermenigvuldigd. De uitkomst trek je aanvullend af van de winst. Het echte voordeel is vervolgens afhankelijk van het belastingtarief dat in jouw situatie over die winst zou gelden.
Neem als vereenvoudigd voorbeeld een BV die in 2027 voor €20.000 exclusief verrekenbare btw investeert in een batterij die volledig aan een toepasselijke EIA-code voldoet. Bij 45,5 procent bedraagt de extra aftrek €9.100. Als die aftrek volledig tegen een vennootschapsbelastingtarief van 19 procent kan worden benut, is de belastingbesparing ongeveer €1.729. De netto investering wordt dus niet €10.900; het directe fiscale voordeel in dit rekenvoorbeeld is €1.729.
Bij het huidige percentage van 40 procent zou de extra aftrek over dezelfde €20.000 uitkomen op €8.000. Tegen hetzelfde veronderstelde tarief van 19 procent is dat €1.520 belastingbesparing. De voorgestelde verhoging levert in dit voorbeeld €209 extra op. Dat is nuttig, maar veel kleiner dan het verschil van 5,5 procentpunt op het eerste gezicht doet vermoeden.
Dit is bewust een geïsoleerde berekening. De werkelijke uitkomst kan anders zijn door de rechtsvorm, het belastbare winstniveau, verliesverrekening, gedeeltelijk zakelijk gebruik, subsidies, de fiscale behandeling van btw en andere investeringsaftrek. Een zelfstandig ondernemer in de inkomstenbelasting rekent bovendien niet automatisch met hetzelfde effectieve tarief als een BV. Gebruik het voorbeeld daarom om de systematiek te begrijpen, niet als persoonlijke belastingprognose.
Kan een thuisbatterij in 2026 onder de EIA vallen?
Ja, maar de woorden “thuisbatterij” en “zakelijk aangeschaft” zijn niet genoeg. De batterij moet een bedrijfsmiddel zijn voor een ondernemer die inkomstenbelasting of vennootschapsbelasting betaalt, en de investering moet voldoen aan de omschrijving van een code op de geldende Energielijst. De EIA is niet beschikbaar voor een particulier die geen belastingplichtige onderneming heeft.
De Energielijst 2026 laat goed zien hoe specifiek de voorwaarden kunnen zijn. Code 251118 betreft een accu voor stationaire opslag van duurzaam opgewekte elektriciteit. De batterij moet in 2026 ten minste 5 kW vermogen en 15 kWh capaciteit hebben. De duurzame opwekinstallatie moet meer dan 15 kW piekvermogen hebben en dezelfde aansluiting op het elektriciteitsnet gebruiken als de batterij. Een gangbare huishoudelijke set van bijvoorbeeld 10 kWh achter acht of tien zonnepanelen voldoet daarmee niet aan deze code.
Code 260101 gaat over stationaire opslag van overtollige elektriciteit die automatisch wordt in- of uitgeschakeld afhankelijk van een elektrische deelmarkt. Ook daar gelden in 2026 minimaal 5 kW en 15 kWh. De omschrijving noemt daarnaast de omvormer, regelelektronica en optimalisatiesoftware. RVO vermeldt uitdrukkelijk dat een batterij zonder softwarekoppeling met een elektrische deelmarkt niet onder deze code valt.
Die twee voorbeelden maken duidelijk waarom een globale verkoopbelofte riskant is. De capaciteit, het vermogen, de bron van de geladen stroom, de netaansluiting en de wijze van aansturen kunnen het verschil maken tussen wel en geen EIA. Voor 2027 moet je opnieuw naar de Energielijst van dat jaar kijken. Het hogere percentage betekent niet automatisch dat de technische omschrijvingen van 2026 ongewijzigd blijven.
De besteldatum kan belangrijker zijn dan de installatiedatum
Voor de EIA bepaalt het moment waarop je investeert welke Energielijst geldt. RVO kijkt bij een aangekocht bedrijfsmiddel naar de datum waarop je de bestelling doet of de koopovereenkomst sluit. Niet de installatiedatum, de factuurdatum of het moment van betalen is leidend.
Dat heeft een praktisch gevolg voor ondernemers die eind 2026 en begin 2027 vergelijken. Teken je in december 2026 een bindende koopovereenkomst, dan is in beginsel de Energielijst 2026 van toepassing en hoort daar het percentage van 2026 bij. Een levering of installatie in februari 2027 schuift de investering niet vanzelf door naar de regeling van 2027. Sluit je de overeenkomst pas in 2027, dan moet de investering voldoen aan de dan geldende regels.
Alleen vanwege 5,5 procentpunt extra aftrek wachten is niet automatisch verstandig. De aanschafprijs kan veranderen, een installatie kan operationeel voordeel opleveren en de voorwaarden van de Energielijst 2027 zijn nog niet bekend. Vergelijk daarom de totale businesscase in plaats van uitsluitend het aftrekpercentage. Leg in de offerte ook vast welke onderdelen, softwarelicenties en installatiekosten bij de opgegeven EIA-code horen.
Hoe vraag je de EIA voor een batterij op tijd aan?
Bij aanschafkosten moet de EIA-melding volgens RVO binnen drie maanden na de besteldatum of het sluiten van de koopovereenkomst worden ingediend. Wie wacht op installatie of de eindfactuur kan daardoor te laat zijn. Voor voortbrengingskosten, zoals bepaalde kosten die je maakt om een bedrijfsmiddel zelf te realiseren, gelden andere termijnen.
Een aanvraag begint daarom vóór de handtekening met een technische controle. Zoek de mogelijke code op, vergelijk de letterlijke bestemming, bestanddelen en toelichting met de gekozen installatie en bewaar de technische documentatie. Na de investeringsbeslissing meld je de investering via RVO. Bij een positieve beoordeling ontvang je een EIA-verklaring; de aftrek wordt vervolgens verwerkt in de aangifte inkomstenbelasting of vennootschapsbelasting. De Belastingdienst stelt uiteindelijk de aanslag vast.
De melding bij RVO is geen vervanging voor een correcte administratie. Bewaar de overeenkomst, specificaties, facturen, betalingsbewijzen, het eendraadschema en gegevens over de softwarekoppeling. Wanneer de batterij zowel een bedrijfspand als een woning bedient, moet duidelijk zijn hoe het zakelijke deel is bepaald. Juist bij een installatie op een woonadres kan de grens tussen privé- en ondernemingsvermogen om een beoordeling door een fiscalist vragen.
Geldt de verhoging ook voor particulieren of btw-teruggave?
Nee. Het voorgestelde hogere EIA-percentage maakt van de regeling geen particuliere subsidie. Een huishouden zonder onderneming kan geen EIA claimen. Of een particulier in een specifieke situatie btw over een thuisbatterij kan terugvragen, is een andere vraag met andere voorwaarden. Daarbij kan onder meer btw-ondernemerschap door actieve stroomhandel een rol spelen. De EIA-verhoging verandert die btw-regels niet.
Ook een zakelijke aanschaf betekent niet dat alle fiscale regelingen zonder meer stapelbaar zijn. EIA en kleinschaligheidsinvesteringsaftrek kunnen onder voorwaarden naast elkaar worden toegepast. EIA en milieu-investeringsaftrek mogen niet voor dezelfde investeringskosten worden gecombineerd; als beide routes denkbaar zijn, moet je kiezen of de kosten splitsen wanneer daar werkelijk afzonderlijke delen tegenover staan. Eventuele subsidie kan bovendien invloed hebben op het bedrag waarover je aftrek krijgt.
Wie eerst het bredere fiscale kader wil begrijpen, kan het bestaande overzicht over belastingaftrek voor thuisbatterijen in 2026 gebruiken. Voor particuliere regelingen en het onderscheid tussen landelijke en lokale steun staat in de kennisbank ook het antwoord op de vraag of er subsidie is voor een thuisbatterij.
Wanneer is wachten tot 2027 rationeel?
Wachten kan logisch zijn wanneer de investering niet urgent is, je voldoende fiscale winst verwacht en de definitieve Energielijst 2027 bevestigt dat jouw installatie kwalificeert. Het extra voordeel moet dan worden afgezet tegen eventuele prijsstijging, uitstel van energiebesparing en het risico dat productspecificaties of voorwaarden veranderen. Laat vóór de bestelling schriftelijk bevestigen op welke EIA-code de adviseur zich baseert, zonder de uiteindelijke beslissing van RVO als garantie te presenteren.
Direct investeren in 2026 kan juist rationeel zijn wanneer de batterij nu een aantoonbaar operationeel probleem oplost, zoals begrensd aansluitvermogen, hoge productiepieken of kostbare afnamepieken binnen een bedrijf. Ook dan blijft een EIA-verklaring een voorwaarde voor de aftrek. Een positieve energiebusinesscase hoort niet volledig afhankelijk te zijn van één fiscale maatregel die nog moet worden aangevraagd.
Voor een kleine batterij op een woonadres is de belangrijkste conclusie vaak eenvoudiger: controleer eerst of het systeem überhaupt de minimale technische schaal en zakelijke toepassing heeft. Als een 10 kWh-batterij niet bij een passende EIA-code aansluit, maakt een hoger percentage in 2027 geen verschil.
Conclusie
De voorgestelde stijging van 40 naar 45,5 procent maakt de EIA in 2027 aantrekkelijker, maar het extra voordeel voor een batterij is begrensd en voorwaardelijk. Het gaat om een aftrek van de winst, niet om een aanschafsubsidie. De investering moet onder een code van de Energielijst 2027 vallen, zakelijk worden gebruikt en op tijd bij RVO worden gemeld.
Wie tussen 2026 en 2027 kiest, moet vooral letten op de datum van de bindende bestelling, de definitieve Energielijst en de belastingpositie. Laat een installateur de techniek onderbouwen en een fiscalist de toepassing beoordelen. Dan wordt het percentage onderdeel van een degelijke investeringsbeslissing, in plaats van een marketinggetal dat de hele businesscase moet dragen.
Veelgestelde vragen
Krijg ik in 2027 45,5 procent van de prijs van een thuisbatterij terug?
Nee. Je trekt bij een kwalificerende investering 45,5 procent van het relevante investeringsbedrag extra af van de fiscale winst. De daadwerkelijke belastingbesparing is die aftrek vermenigvuldigd met het belastingtarief dat in jouw situatie effectief geldt.
Geldt de EIA van 45,5 procent ook voor particulieren?
Nee. De EIA is bedoeld voor ondernemers die inkomstenbelasting of vennootschapsbelasting betalen en voor bepaalde andere belastingplichtige organisaties. Een particulier zonder onderneming kan de EIA niet gebruiken.
Welke datum bepaalt of het percentage van 2026 of 2027 geldt?
Bij aanschaf is doorgaans de datum van de bestelling of koopovereenkomst bepalend. De installatie-, factuur- of betaaldatum verschuift een in 2026 aangegane verplichting niet automatisch naar 2027.
Komt iedere zakelijke thuisbatterij in aanmerking?
Nee. De batterij moet voldoen aan een concrete code op de Energielijst van het investeringsjaar. In 2026 gelden voor relevante batterijcodes onder meer minimale waarden voor vermogen en capaciteit en aanvullende eisen aan opwek of softwarekoppeling.
Is de verhoging naar 45,5 procent al definitief?
Op 29 september 2026 nog niet. De maatregel staat in het pakket Belastingplan 2027 en moet nog door beide Kamers worden aangenomen. Ook de Energielijst 2027 is nog niet gepubliceerd.
Bronnen
- Rijksoverheid – Belastingplanstukken 2027
- Rijksoverheid – Wetsvoorstel Belastingplan 2027
- Rijksoverheid – nieuwsbericht Belastingplan 2027
- RVO – Energie-investeringsaftrek voor ondernemers
- RVO – batterij voor opslag van duurzaam opgewekte elektriciteit, code 251118
- RVO – opslag van elektrische energie, code 260101
- Belastingdienst – Energie-investeringsaftrek
- Belastingdienst – vennootschapsbelastingtarieven
Bereken of een thuisbatterij bij jou past
Doe de gratis scan in 2 minuten en ontvang advies op basis van je verbruik en opwek.